NMP: Ruim veertig jaar actief voor natuur en milieu
Hoe het begon
In 1961 werd de 'Natuur- en Vogelbeschermingswacht Pijnacker' opgericht. Tot
ver in de jaren zeventig heeft de vereniging twee hoofdactiviteiten gehad. Ten
eerste was dat de zorg voor vogels. Zo werden vogels in perioden van barre kou
gevoederd om ze de winter door te helpen. Ook werden broedterreinen beschermd
en nestkasten geplaatst, onder andere bij de Plas van Van Buijsen. Lange tijd
(van 1966 tot 1979) bestond er een vogelopvangcentrum, waar zieke of anderszins
behoeftige vogels werden verzorgd. In 1980 werd de naam veranderd in 'Vereniging
voor Natuur- en Vogelbescherming Pijnacker', omdat de echte vogelwachtactiviteiten
(zoals het bewaken van broedterreinen) wat in het slop waren geraakt.
De tweede hoofdactiviteit die de vereniging van oudsher had, zouden we als kennisoverdracht
kunnen betitelen. Dit gebeurde op verschillende manieren. Al in de beginjaren
werd het blad 'De jonge wulp' uitgegeven, bestemd voor de jeugdleden. Enkele
jaren later verscheen het blad 'De wulp' voor volwassenen. Een vliegende wulp
was namelijk in het begin het logo. Er werden lezingen, filmvoorstellingen,
puzzeltochten en excursies georganiseerd, deels speciaal voor de jeugd. Gedurende
tien jaar (van 1965 tot 1975) was de vereniging aangesloten bij het IVN (Instituut
voor Natuurbeschermingseducatie), dat kennisoverdracht hoog in het vaandel heeft
staan.
Daarna zijn de werkzaamheden van de vereniging wat verschoven. De vroegere hoofdactiviteit
'zorg voor de vogels' werd verbreed tot zorg voor de natuur. Vroeger hadden
de vogels voornamelijk te duchten van de kou (wat reden was voor wintervoedering)
en katten (waardoor menige vogel in het opvangcentrum belandde). Tegenwoordig
zijn de bedreigingen voor de natuur vooral afkomstig van rijk, provincie en
gemeente, zodat de vereniging zich intensiever is gaan bezighouden met het volgen
van allerlei voor de natuur nadelige planologische ontwikkelingen. Om er enkele
te noemen: de voorgenomen aanleg van de provinciale weg tussen Delft en Zoetermeer,
de N470 (vroeger SW 53), en de plannen voor de woonwijk Pijnacker-Zuid. Maar
ook in heel praktische zin wordt de zorg voor de natuur gestalte gegeven: Al
jaren doen vrijwilligers van de vereniging vrijwel elke zaterdagmiddag aan landschapsonderhoud,
meestal in het natuurreservaat Ackerdijkse Plassen, dat in onze gemeente gelegen
is.
![]() |
De woelige jaren negentig
Vanaf 1990 richtten de activiteiten van de vereniging zich voor een groot deel
op het planologische vlak. Het Rijk had besloten dat er in Nederland een stelsel
van natuurgebieden moest komen, met goede verbindingen daartussen: de Ecologische
Hoofdstructuur (EHS). Belangrijke schakel in dit natuurnetwerk was de verbindingszone
tussen Midden-Delfland (ten zuiden van Delft) en het Groene Hart (met uitlopers
bij Zoetermeer en Leidschendam). Deze verbindingszone moest aan de zuid- en
oostkant van de bebouwde kom van Pijnacker gaan lopen. Vanwege de vorm van dit
natuurlijke en waterrijke gebied werd hieraan de naam "de Groenblauwe Slinger"
gegeven. Probleem hierbij was, dat de verschillende overheden tevens grootse
plannen hadden gemaakt voor woningbouw in de regio. Ook Pijnacker wilde grote
hoeveelheden huizen bouwen, vooral aan de zuid- en oostkant van de huidige bebouwing.
En daarmee kwamen de plannen in conflict met de Groenblauwe Slinger: als Pijnacker
zijn zin kreeg, zou onze gemeente bijna aan onze zuiderbuur, Berkel en Rodenrijs,
vastgroeien. Voor een goed functionerende ecologische verbindingszone zou dan
geen plaats meer zijn, te meer omdat in hetzelfde gebied ook nog eens een nieuwe
provinciale weg gepland was: de N470, tussen Delft en Zoetermeer. In het smalste
stukje van de Groenblauwe Slinger zou zelfs nog een aftakking van de N470 naar
Rotterdam moeten komen (zie Gemeentelijk
beleid: dossier Pijnacker Zuid en Provinciaal
beleid: dossier GBS en N470). Al in een vroeg stadium vroeg NMP aandacht
voor het probleem. En het bleef niet bij tegenstribbelen: Alternatieve woningbouwlocaties
(binnen de gemeentegrenzen!) werden voorgesteld, grondig onderbouwd door middel
van een lijvig rapport. Deze "Groene structuurvisie" werd eind 1994,
na enkele maanden hard werken, aangeboden aan het gemeentebestuur. Dat had echter
weinig belangstelling voor onze argumenten. Doordat de gemeente alleen maar
oog had voor huizen en asfalt, en onze alternatieven veel te gemakkelijk van
tafel veegde, stond ons geen andere mogelijkheid open dan juridische procedures.
De rechter oordeelde in verschillende zaken dat de gemeente in strijd met de
wet had gehandeld.
Na deze nederlagen zag de gemeente wel in dat het misschien beter was de geschillen
aan de onderhandelingstafel op te lossen dan in de rechtszaal. Er kwam weer
overleg tot stand. Maar toen duidelijk werd dat enige aanpassing van de bouwplannen
voor de gemeente onbespreekbaar was, had verder praten niet veel zin. Ook bleek
de gemeente zich diverse malen niet aan gemaakte afspraken te houden. De NMP
ging daarom weer verder op het juridische pad. Dat was althans de bedoeling.
Hier deed zich echter een dramatische ontwikkeling voor. Wie bij de Raad van
State wil procederen, moet daarvoor tijdig een bepaald bedrag aan griffierecht
betalen. Wie dat te laat doet, staat buitenspel. Omdat de betaling van de NMP
te laat ontvangen werd, is ons beroepschrift tegen het streekplan van de Provincie
Zuid-Holland, niet in behandeling genomen. Daardoor werd dit streekplan, dat
mede voorzag in de bouwlocatie Pijnacker-Zuid en het tracé van de N470
ter plaatse, onherroepelijk. Procedures tegen deze projecten waren daardoor
niet meer mogelijk. Zo kunnen kleine gebeurtenissen soms grote gevolgen hebben,
en stonden we na jarenlang hard werken machteloos tegen de dreigende aantastingen
van de Groenblauwe Slinger.
![]() |
Was het nu alleen maar kommer en kwel in die jaren negentig? Nee, gelukkig niet. In 1998 won de Vereniging voor Natuur- en Milieubescherming Pijnacker de Landschapsprijs van de provincie Zuid-Holland. Omdat we daar best trots op waren (en nog steeds zijn), citeren we graag een stukje uit het juryrapport: "De vereniging vecht al jaren op grensverleggende wijze voor behoud van de laatste stukjes landschap en natuur in de wijdere omgeving van Pijnacker en verdient daarvoor lof. (...) De jury is van oordeel dat de rol van de vereniging in de Pijnackerse leefomgeving samengevat kan worden in drie kernwoorden: vasthoudendheid, betrokkenheid en deskundigheid."
![]() |
Het geldbedrag van 10.000 gulden dat aan de prijs verbonden was, werd voor
een deel besteed aan een intensieve ledenwerfcampagne. En dat resulteerde in
een behoorlijke groei van het aantal leden tot bijna 400; een heel mooie score
in een gemeente van (toen nog) zo'n 20.000 inwoners. Het grootste deel van de
Landschapsprijs werd echter besteed aan een fietsroute (zie Fietsen/wandelen)
door de omgeving van Pijnacker en het plaatsen van informatiepanelen langs deze
route.
Een nieuw begin?
Zoals gezegd: het voeren van juridische procedures tegen de bouwplannen bleek
niet erg kansrijk meer te zijn. Bovendien was in Pijnacker-Nootdorp een nieuw
gemeentebestuur aangetreden dat bereid bleek meer rekening te houden met de
belangen van natuur en landschap. Zo kwam er weer een toenadering tot stand
tussen de vroegere 'kemphanen'. Na voorzichtig aftasten ontstonden er plannen
voor een convenant tussen gemeente en NMP. Het doel was om elkaar niet langer
te bestrijden, maar samen te werken. Na lang praten is dat convenant in het
voorjaar van 2003 ondertekend (zie Gemeentelijk
beleid: Convenant). De nieuwe bouwlocaties en nieuwe wegen houden we niet
meer tegen, maar afgesproken is dat het verlies aan natuur voor een deel gecompenseerd
wordt en dat er bij de inrichting van de nieuwe wijk Keizershof een deel van
de bestaande natuur ter plaatse wordt behouden. We streven ernaar om deze samenwerking
in de nabije toekomst verder invulling te geven bij de concrete ontwikkeling
van de Groenblauwe Slinger. We hopen dat er op deze manier toch nog zoveel mogelijk
ruimte blijft voor natuur en oorspronkelijk landschap in Pijnacker-Nootdorp.