De Oude polder
De Oude polder van Pijnacker ligt net ten zuiden van de wijk Koningshof en wordt begrensd door de Zuidweg, de Groene Kade en de Hofpleinlijn. De Oude Polder is een extensief gebruikt veenweidegebied, met een venige bodem met een grote biodiversiteit. Op het terrein komt een aantal zeldzame en bedreigde dier- en plantensoorten voor. In het gebied zijn meer dan 200 plantensoorten aangetroffen, o.a.: Echte Koekoeksbloem, Schildereprijs, Moeraswalstro, Blaaszegge, Waterpostelein, Moeraswederik en Zwanebloem. In het voorjaar worden de natte weilanden door grote groepen Wulpen en Grutto's gebruikt als verblijfplaats en foerageergebied. Daarnaast hebben in de afgelopen jaren meerdere paartjes Kemphanen en Watersnippen in het gebied gebroed. Naast genoemde zeldzame en bedreigde soorten zijn er in het gebied talloze andere planten en diersoorten te vinden.
Helaas zijn open gebieden vlak bij bebouwing niet veilig voor verdere verstedelijking. Ook voor de Oude polder van Pijnacker zijn nieuwbouwplannen gemaakt. Hier moet de wijk Keizershof verrijzen. Tevens komt er langs dit gebied de N470. Vooruitlopend op de aanleg van de nieuwbouwwijk Keizershof is in 2003 met de bouw van een tunnel onder de spoorlijn begonnen. De NMP heeft jaren geprobeerd dit gebied te beschermen tegen verder oprukkende bebouwing maar dit is niet gelukt. In het streekplan zijn de contouren van de nieuwe wijk en weg inmiddels vastgelegd.
Om het verlies van dit gebied te compenseren streven we er onder naar om te bewerkstelligen dat er vervangend gebied van dezelfde grootte, in de buurt van Pijnacker /Oude Leede wordt gevonden dat op dezelfde wijze als de Oude polder van Pijnacker beheerd gaat worden. Dus een weidegebied met een hoge waterstand waar een biologische boer wat vee kan laten lopen en waar pas laat in het jaar gemaaid wordt. Dit is onderdeel van het convenant tussen de NMP en de gemeente Pijnacker-Nootdorp.
![]()
Broedvogels langs de Zuidweg in De Oude Polder
In 2002 is in de polder voor de tweede maal op broedvogels geteld. Wederom zijn er enkele broedgevallen van de watersnip vastgesteld en tevens een broedgeval van de kemphaan! Enkele weidevogels bereiken in dit natte weidegebied zeer hoge dichtheden. Ook kritische soorten als tureluur, slobeend en veldleeuwerik handhaven zich in dit gebied. In 2001 en 2002 zijn de volgende aantallen broedvogels geteld in de Oude Polder van Pijnacker:
2001 2002 2001 2002 knobbelzwaan 4 2 kemphaan -- 1 canadese gans 2 2 kievit 19 21 nijlgans 1 1 watersnip 2 3 bergeend 3 1 grutto 14 16 wilde eend 4 12 tureluur 6 8 zomertaling 1 -- veldleeuwerik 2 2 slobeend 3 2 graspieper 2 3 waterhoen 2 1 kneu 1 -- meerkoet 13 14 rietgors 1 -- scholekster 4 6
![]()
Op basis van de broedvogelatlas van SOVON kunnen de broedgegevens van de Oude Polder in een breder perspectief worden geplaatst. De kemphaan staat op de Rode lijst als sterk bedreigde soort; in de periode 1998-2000 wordt het aantal landelijke broedparen geschat op 100-140. Broedgevallen komen alleen nog voor in reservaatgebieden, waarbij voor de provincie Zuid-Holland het natuurgebied Ackerdijk nog vrijwel het enige broedgebied vormt. Oorzaak voor de achteruitgang ligt vooral in de moderne agrarische bedrijfsvoering met veel mestgift, een verlaagde grondwaterstand en veel en vroeg maaien.
Ook de watersnip staat op de Rode lijst als bedreigde soort, waarbij het aantal broedparen voor heel Nederland wordt geschat op 1200-1500. Het is een soort die vooral door zijn wijze van foerageren erg gevoelig is voor ontwatering van weidegebieden. Het blijkt dat de Oude polder van Pijnacker naast Ackerdijk een belangrijk broedgebied is, waarbij interactie tussen beide gebieden waarschijnlijk is.
![]()
Buiten het broedseizoen is de Oude polder belangrijk voor foeragerende en overnachtende vogels. In het voorjaar zitten er honderden grutto's, kieviten en eendensoorten als wintertaling, smient en slobeend. In het najaar- en winter komen veel wulpen, kieviten en goudplevieren uit de omliggende polders in dit gebied overnachten.
![]()
Tevens zijn het hele jaar waarnemingen te doen van doortrekkende steltlopers zoals oeverloper, witgatje, bosruiter, groenpootruiter en kleine plevier. Hoe komt het dat juist dit gebied zo aantrekkelijk voor vogels is ten opzichte van de omliggende polders? Dit komt waarschijnlijk door het extensieve beheer van de polder met daarbij een hoge waterstand.
![]()
Er wordt pas erg laat in het seizoen gemaaid en de polder wordt begraasd door een relatief klein aantal runderen en schapen. Mede hierdoor is het gebied ook voor planten erg interessant. Er kan gesteld worden dat dit weidegebied nog de natuurlijke ingrediënten heeft van voor de intensivering van de landbouw in de zestiger jaren.
klik hier om terug te keren