De Zuidpolder
De zuidpolder is een open polder in Pijnacker aan de kant van Delft. De gehele polder is landschappelijk gezien zeer waardevol, omdat het zo ongeveer de laatste grote open polder in de regio is. Als broedgebied is het gebied van belang voor verschillende soorten weidevogels, zoals kievit, grutto, tureluur, scholekster en veldleeuwerik. Veel belangrijker is echter dat er in de winter groepen zwanen te vinden zijn. Niet alleen knobbelzwanen, die hier het hele jaar zijn, maar ook kleine zwanen, die in het hoge noorden van Scandinavië en Rusland broeden en hier komen overwinteren. In groepen zoeken ze dan open poldergebieden op om in alle rust te kunnen eten en slapen. Vaak zitten ze dan ook midden in de polder, zo ver mogelijk van menselijke verstoring. De polder heeft een relatie met de natte weilanden aan de Zuidweg, omdat die functioneren als verzamel- en rustplaats voor weidevogels, steltlopers en eenden. 's Avonds trekken deze vogels, vaak in groepen, de Zuidpolder in om voedsel te gaan zoeken, en 's ochtends vliegen ze weer terug naar de natte weilanden bij de Zuidweg.
In de polder kun je de Eendenkooi als een compact bosje in het weiland zien liggen. Uit de oudst bewaard gebleven akte blijkt dat de eendenkooi al bestaat sinds 1565. De eendenkooi met een oppervlak van circa 2 hectare, bestaat uit een plasje met vier vangpijpen en is in particulier eigendom. De plas was oorspronkelijk omringd door een iepenbos. Helaas zijn door de iepziekte de meeste bomen verloren gegaan en vervangen door schietwilgen.
Er worden nu geen eenden meer gevangen, maar nog tot halverwege de jaren '70 werd de kooi gebruikt om eenden te lokken en te doden voor de consumptie.Tamme lokeenden werden op het plasje losgelaten om zo wilde soortgenoten te lokken. Nadat deze op het plasje waren neergestreken, werden ze met behulp van het hondje van de kooiker (beheerder van een eendenkooi) naar een van de vangpijpen gelokt. Als de eenden ver genoeg de vangpijp in waren gezwommen, kwam de kooiker tevoorschijn en joeg ze het vanghok in. Het plasje is nu een rustgebied voor o.a. wilde eenden, kuifeenden, smienten en zomertalingen. Het is de bedoeling om in de toekomst weer eenden te gaan vangen, maar nu vooral om ze te ringen voor wetenschappelijk onderzoek.
Aan de eendenkooi zijn twee "rechten" verbonden: het "kooirecht" en het "afpalingsrecht". Het kooirecht heeft te maken met het alleenrecht om eenden te vangen. Het afpalingsrecht betekent dat het, in dit geval in een kring van 1130 meter rondom de eendenkooi, verboden is handelingen te verrichten waardoor de eenden worden verstoord. Vroeger betekende dit dat het kloppen op boten en het schudden met de zeilen verboden was. Thans houdt het in dat de rust in dit gebied niet mag worden verstoord en dat er niet met geweren mag worden gejaagd. Bij deze eendenkooi zijn enkele gebiedjes uit de kooicirkel gehouden om toch de mogelijkheid te hebben daar te jagen.
De eendenkooi ligt middenin de Zuidpolder, en zal daar in de toekomst de kern vormen van het natuurreservaatsgebied in de Zuidpolder dat onderdeel wordt van de Groen-Blauwe Slinger. Dat gebied zal straks wel te lijden hebben van de N470, die zo'n 100 meter verwijderd aan de noordkant van de eendenkooi aangelegd zal worden. Met deze weg gaat het karakter van het gehele noordelijke deel van de Zuidpolder verloren. Tussen de nieuwe weg en de Schimmelpenninck van der Oyeweg zullen nog meer hypermoderne kassen verrijzen. De gemeente heeft hiertoe steeds de mogelijkheid open weten te houden, ondanks dat het provinciale streekplan dit niet toestaat.
Aan de zuidkant van de polder zijn de ontwikkelingen wat gunstiger, omdat daar geprobeerd wordt om het zicht op de polder vanaf de Oude Leedeweg te verbeteren, door enkele oude kassen af te breken. Wij hopen dat het open karakter van de polder in de toekomst behouden blijft en dat het beeld niet te veel verstoord wordt door de autoweg of oprukkende kassen.
klik hier om terug te keren