Categoriearchief: Natuur & Milieu

  <
Andermans veren

Al jaren huist er een kolonie mussen onder de pannen van het blok woningen achter mijn huis. De grootte van de kolonie is door de jaren heen redelijk constant, ongeveer 20 tot 30 dieren. Ieder jaar komen er natuurlijk jonkies bij, maar die blijven niet allemaal. Wat ik begrepen heb uit de literatuur is dat huismussen in de herfst uitzwermen naar de ommelanden en dat daar uitwisseling tussen groepen plaatsvindt, die vervolgens weer ieder terugkeren naar hun vaste stek. Afgelopen winter had zich op deze manier een ringmus bij onze kolonie aangesloten. Ringmussen lijken op mannetjes huismussen, maar bij de ringmus zien beide geslachten er hetzelfde uit.

andermansEr worden er ook wel eens een paar opgepeuzeld. Heel soms door de katten uit de buurt, maar afgaand hoe relaxed ze vanaf het schuurdak naar onze eigen kat kijken als die de tuin in wandelt, denk ik niet dat ze daar veel van te lijden hebben. Sperwers zijn gevaarlijker. Ieder jaar zie ik wel één of twee geslaagde jachtpogingen, soms live en soms doordat ik een afgekloven mussenkopje op houten palen in mijn achtertuin vindt. Een paar jaar geleden had een sperwer onze tuin zelfs een tijdje in zijn vaste jachtroute opgenomen zodat ik even vreesde voor het voortbestaan van de kolonie. Maar dat is gelukkig meegevallen.

De mussenkolonie wordt in belangrijke mate in stand gehouden door de hobby van een van mijn achterbuurvrouwen. Die houdt konijnen en cavia’s en heeft een hok heeft met uitloop in de tuin. Ik vermoed dat het gemorste voer voor deze beesten het basisrantsoen van de kolonie vormt. Maar omdat huismussen in de bebouwde kom inmiddels redelijk zeldzaam beginnen te worden, draag ik zelf ook al jaren mijn steentje bij om de kolonie de winter en het broedseizoen door te helpen. Ik heb een voedertafel waar ik de kapjes van ons zonnepitten- brood serveer en in de grote seringenstruik in mijn achtertuin hangen een -in ieder geval ’s winters- goed gevulde voersilo en regelmatig takken trosgierst. De sering is dan ook een favoriete hangplek geworden voor de mussen.

 Omdat het me zelf ook wel leuk leek om wat broedende mussen in de tuin te hebben, heb ik in 2011 een stukje onder de dakrand een mussenflat van 3 verdiepingen opgehangen. Die werd vrij snel ontdekt door één van de mannetjes van de groep. De hele vorige zomer is hij bezig geweest om met luid getsjilp vrouwtjes naar deze nestkasten te lokken. Door wat uitstekende strootjes kon ik zien dat in ieder geval in één van de huisjes een nest was gemaakt. Maar het mannetje had geen succes. Er kwamen regelmatig vrouwtjes kijken, maar blijkbaar vonden die of de huisjes of het mannetje te min. Gebroed werd er niet.

Dit voorjaar ben ik op de ladder geklommen om de nestkasten schoon te maken. Tot mijn verbazing had het mannetje niet één maar alle drie de hokken tot comfortabele liefdesnestjes omgetoverd. Hij bleek zelfs talent te hebben voor interieurdesign. De nestjes waren opgefleurd met prachtige blauwe en groene veertjes. Parkietenveertjes, afkomstig van de volière van de buren van 3 huizen verder.

Ook dit voorjaar heeft het mannetje weer reclame zitten maken op het dak van de mussenflat. En ditmaal niet zonder succes. Een vrouwtje heeft de oversteek gemaakt en zich bij hem aangesloten. Het mannetje bleek OK maar de flat blijkbaar niet. Er zit nu een nest onder mijn eigen pannen! Een paar weken geleden zijn daaruit de eerste jongen uitgevlogen en inmiddels hoor ik de tweede leg ook al piepen. De ouders vliegen zich de veren uit het arme lijf om insecten te verzamelen voor hun kroost. Mijn broodkruimels worden door henzelf nog meer gewaardeerd dan anders. Als ik wat in de voederbak strooi, komen ze er binnen een paar seconden op af. Teveel honger en te druk om schuw te zijn. Ze eten nog niet uit mijn hand, maar als ik op een afstandje van anderhalve meter van de voedertafel blijf staan schrikt dat ze niet af.

Terwijl ik dit schrijf zit ik in de tuin. Ik heb net wat brood op de voedertafel gelegd. Een stuk of 15 mussen doen zich er aan te goed. Volwassen vogels maar ook een paar jongen met melkbekkies. Die laten zich graag voeren. Zelfs als ze midden tussen de broodkorsten zitten, bedelen ze nog door met hun vleugels te trillen om het voer door hun ouders in de mond gestopt te krijgen. ’t Zijn net kinderen… Ook het merelechtpaar, dat een nest heeft in mijn klimop, maakt tussen het aandragen van bekken vol pieren dankbaar gebruik van het brood. De kauwen en eksters uit de buurt komen regelmatig kijken maar durven niet zolang ik in de tuin zit. Da’s best grappig, want als ik niet in de buurt ben, zijn ze juist heel brutaal en kapen ze met gulzige happen het voer voor de neus van de mussen weg. Maar ik ben niet de enige die ze nu op afstand houdt. Telkens als ze toch dichterbij komen, worden ze onder luid alarmgeroep door vader merel achter de broek gezeten.

 De mussen hebben dorst gekregen van het brood. Er zitten er nu wel 10 tegelijk op de rand van de schaal met water. Intussen komen er ook af en toe wat kool- en pimpelmezen op bezoek. Die hebben geen oog voor het brood, maar wel voor alle insecten die overal op de planten en struiken in mijn tuin zitten. Op zomaar een zomerse middag in een groene oase tussen de rijtjeshuizen in Klapwijk…