Wilgen knotten in de winter

Knotten in de Zuidpolder (foto Bernard Nanninga)

Onlangs hebben we op een paar locaties rondom Pijnacker wilgen geknot. Een jaarlijks terugkerend gebeuren waar vele handen licht werk maken. Dit wilgen knotten gebeurt uiteraard niet voor de lol maar dient een nuttige toepassing. Daarom wat meer achtergrond en toelichting rondom dit “wilgen knotten”.

Knotwilgen zijn kenmerkende en verrijkende landschapselementen van de Nederlandse polder. De knotwilg is een gewone wilg die op ongeveer twee meter hoogte wordt afgezaagd. De boom loopt dan gewoon weer uit en gaat rechte takken of staken vormen. Door deze elke 2 tot 4 jaar af te knippen ontstaat de kenmerkende knoestvorm waarop steeds weer nieuwe uitlopers groeien. De frequentie van knotten wordt bepaald door de kapdikte van de gewenste staken. Zo’n boom kan wel 100 jaar meegaan en plaats bieden voor veel andere planten en dieren. Wordt de boom niet bijgehouden met een frequente knotbeurt dan zal deze te zware takken gaan vormen, topzwaar worden en uit elkaar scheuren en/of omwaaien.

Toepassingen van het rijshout

De vroeger aangeplante wilgenakkers noemen we grienden. De staken van de knotten zijn van oudsher zeer bruikbaar vanwege de diverse toepassingen van destijds. Dit gebruikshout (rijshout) werd gebruikt voor o.a. oeverbeschoeiing, dijkbouw, mandenmakerij, gereedschapsstelen, hekken en natuurlijk als hout voor de kachel. Niet alleen de wilg is geschikt om te knotten. Ook populieren, essen, eiken, haagbeuken, iepen, elzen en linden kunnen worden geknot. Elke boom biedt een eigen kwaliteit hout en gebruikstoepassing. Zo worden van het rijshout van de eik paaltjes gemaakt. Het rijshout van de Es is taai en daarom zeer geschikt voor gereedschapshandvatten.

Vele toepassingen van rijshout zijn tegenwoordig vervangen door andere oplossingen. Waarom dan toch nog wilgen knotten?

Waarom het onderhoud van knotbomen zinvol blijft? De knotwilg is tegenwoordig vooral van landschappelijke en ecologische waarde van belang. De knoest van de knotwilg kan door de jaren heen gaan inrotten wat niet ten koste gaat van de duurzaamheid van de boom. Een holle buis is immers een zeer stevige constructie. Een knotwilg dient als woonplek voor allerlei planten, paddenstoelen, korstmossen, dieren en insecten. Sommige soorten zijn vooral te vinden in de knotbomen waardoor de knotwilg een goede bijdrage doet in de biodiversiteit. De ontstane holten bieden onderdak aan allerlei dieren en vogels (broeden, schuilen). Om de diversiteit aan woonplekken optimaal te behouden, moeten niet alle bomen in hetzelfde gebied tegelijk worden geknot. Bloeiende wilgen bieden voeding aan heel veel verschillende insecten. Vooral hommels zijn goede klanten, evenals mieren, vlinders en het wilgslakje. Misschien niet voor de hand liggend maar de knotwilg biedt schaduw en beschutting aan vee en beschaduwt sloten.

Van landschappelijke waarde is de knotwilg van belang vanwege de afwisseling die het biedt in een monotone grasvlakte.

De knotwilg is meer dan een restant uit vervlogen tijden.

Groenstrook bij RK kerk in Pijnacker (foto Nico van der Helm)