Geen houtstookinstallatie Molenlaan 22 Pijnacker

De afgelopen maanden was er in Pijnacker veel te doen over de plannen voor de bouw van een houtstookinstallatie aan de Molenlaan 22. Twee tuinbouwers aan de Molenlaan hebben samen met een derde ondernemer het plan opgevat om hun kassen van warmte en stroom te voorzien met een installatie die wordt gestookt met houtpellets (geperste korrels). De Omgevingsdienst Haaglanden heeft beoordeeld of de geplande installatie voldoet aan de landelijke milieueisen. De gemeente hoefde alleen een aanvraag te beoordelen voor de bouw van de schuur, waarin de houtstookinstallatie komt te staan. Omdat deze aanvraag voldeed aan het bestemmingsplan en het bouwbesluit, kon de gemeente (naar eigen zeggen) niet anders dan een vergunning verlenen. Tegen de op 1 maart verleende vergunning zijn echter honderden bezwaren van bezorgde burgers ingediend. Ook NMP heeft bezwaar aangetekend en dit mondeling toegelicht in een hoorzitting op 11 juni.

Ons eerste bezwaar betreft de gebrekkige communicatie rondom deze vergunningverlening, door de initiatiefnemers maar vooral ook door de gemeente. Dat ging al mis met het niet beschikbaar zijn van relevante informatie op het moment dat de burgers van Pijnacker lucht kregen van deze vergunningverlening. Via de site van de gemeente was niets te vinden over de installatie omdat de vergunning alleen de schuur betrof. Er was dus geen basis om een eigen oordeel te vellen. Daardoor kon het gebeuren dat in de publieke discussie, die zich vervolgens in de Telstar en andere media ontspon, onterecht werd aangenomen dat de milieueffecten van professionele houtstookinstallaties vergelijkbaar zouden zijn met die van particuliere houtstook in de open haard of in vuurkorven. Dat is natuurlijk niet het geval. Professionele installaties moeten aan normen voldoen en zijn in de regel uitgerust met filters om de uitlaatgassen zover te zuiveren dat ze binnen de normen vallen.

In een reactie op de zorgen bij burgers over de effecten van de installatie op luchtkwaliteit reageerde de gemeente vervolgens met de opmerking dat de installatie aan strenge uitstootnormen moet voldoen en er dus geen negatief effect is op luchtkwaliteit. Maar dat klopt natuurlijk ook niet. De bouw van een extra stookinstallatie in het gebied leidt natuurlijk wel tot extra emissies en heeft dus wel effect op luchtkwaliteit. Hoeveel hangt af van de norm waar de installatie aan moet voldoen en de grootte en inzet van de installatie.

Met deze manier van communiceren heeft de gemeente haar eigen geloofwaardigheid en betrouwbaarheid in duurzaamheidszaken zwaar aangetast. Die geloofwaardigheid gaat de gemeente nog hard nodig hebben als ze de komende jaren in Klapwijk en andere wijken bewoners mee wil krijgen in het drastisch verduurzamen (bijvoorbeeld gasloos maken) van de wijken.

Uit de reacties van omwonenden en de gebrekkige informatie op basis waarvan de discussie tot nu toe gevoerd wordt, is duidelijk dat er geen zorgvuldige communicatie over deze aanvraag met de directe belanghebbenden heeft plaatsgevonden. Ook het Milieuplatform is niet van tevoren door de gemeente geïnformeerd (in april heeft het Milieuplatform wel zelf contact hierover opgenomen met de gemeente). Een dergelijke onzorgvuldige omgang met stakeholders zou ook verwijtbaar zijn als het hier wel om een evident schone en duurzame energievoorziening zou gaan, omdat het leidt tot weerstand bij burgers die schadelijk is voor de succesvolle opschaling van duurzame oplossingen die nodig zijn om onze klimaatdoelen te halen.

Dat brengt ons op een tweede zorg rondom de installatie, namelijk de duurzaamheid. Het gebruik van hout en andere biomassa als energiebron past in principe in het streven naar een duurzame energievoorziening zonder CO2-uitstoot. Er is de laatste jaren echter discussie over de duurzaamheid van het gebruik van houtpellets. Op dit moment vindt er bijstook plaats in elektriciteitscentrales van houtpellets, die afkomstig zijn uit bosbouw in de Verenigde Staten. Dat blijkt niet duurzaam. Via het Milieuplatform hebben we echter van de gemeente vernomen dat in de houtstookinstallatie alleen gecertificeerde houtsnippers van A-hout uit Nederland mogen worden gebruikt. Onder die voorwaarde is door de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (RVO) een SDE+ subsidie (Stimulering Duurzame Energie) toegekend. A-hout is droog hout dat eerder een andere functie heeft gehad en niet meer bruikbaar is. Het mag niet vervuild of behandeld zijn. Het moet in Nederland zijn gebruikt en door gecertificeerde bedrijven worden ingezameld. Dat klinkt redelijk betrouwbaar, maar de vraag is natuurlijk hoe goed het toezicht op dit hergebruik van afval is en of opstoken wel de meest hoogwaardige toepassing is. Daarnaast moeten deze houtpellets wel naar de installatie vervoerd worden. In de winter, als de installatie op vol vermogen draait, gaat het om zo’n 12 vrachtwagens per week. Dat kost brandstof en veroorzaakt ook CO2-emissies.

Tot slot is het de vraag wat het effect van deze installatie is op de luchtkwaliteit op en rond de Molenlaan. Omdat hier helemaal geen informatie over beschikbaar werd gesteld, hebben we zelf maar een sommetje gemaakt. Als we paragraaf 3.2.1. van het Activiteiten Besluit correct interpreteren, dan mag een met houtpellets gestookte installatie van het vermogen waar we hier naar kijken maximaal 20 mg fijnstof (PM) en maximaal 275 mg stikstofoxiden (NOx) per kubieke meter rookgas produceren. Gebruik makend van de verbrandingswaarde van hout en de chemische samenstelling van cellulose, beide te vinden in het Binas tabellenboek van de middelbare school, kun je uitrekenen dat deze installatie bij een vermogen van 4,3 MW een kleine 1000 kg houtpellets per uur verbrandt en daar ruim 5000 m3 lucht per uur voor nodig heeft. Gecombineerd met de genoemde normen leidt dat tot een uitstoot van zo’n 100 gram fijnstof per uur en 1400 gram NOx per uur. Dat is voor fijnstof het equivalent van wat 100 moderne Euro 6 vrachtwagens uitstoten tijdens een uur rijden op de snelweg. Voor NOx komt de uitstoot van de houtstookinstallatie uit op het equivalent van 25 moderne vrachtwagens. Tenzij we ons vergissen bij de uitvoering van dit sommetje, lijkt ons dat niet verwaarloosbaar. Die 100 vrachtwagens hebben een gezamenlijk vermogen van 35 MW en voldoen ook aan normen, maar dan wel veel strengere. En zelfs dan zal niemand zeggen dat ze geen effect op luchtkwaliteit hebben. Verdeel je de fijnstofuitstoot van een uur over een kolom lucht met een straal van 200 m rond de installatie en een hoogte van 100 meter dan komen we uit op een concentratie van 7 microgram per kubieke meter. Ook dat is in verhouding tot de geldende luchtkwaliteitseisen verre van verwaarloosbaar.

NMP is dan ook van mening dat, ook al zouden alle procedures rond de vergunningverlening naar de letter van de wet gevolgd zijn, het de verantwoordelijkheid is van de gemeente en betrokken ondernemers om veel duidelijker over de impacts van de installatie te communiceren dan nu het geval is geweest. En voor de gemeente en andere betrokken overheidsinstanties om de hierboven genoemde impacts mee te wegen in de beoordeling van de aanvraag.

In onze inspraak hebben we het College derhalve geadviseerd de verlening van deze vergunning op te schorten en om in samenwerking met de aanvragers een proces te starten waarin omwonenden en andere stakeholders beter geïnformeerd worden. Ook verwachten we van de gemeente een heldere analyse van de effecten van de houtstookinstallatie op de luchtkwaliteit en van de mogelijkheden om die te verlagen. Pas daarna kan er een weloverwogen besluit worden genomen.

Wie iets meer wil weten over hoe houtstookinstallaties voor de tuinbouw er uit zien en functioneren verwijzen we naar de site kas als energiebron.