Bezwaar tegen autobusmuseum bij Tolhek

Het Zuid-Hollands Autobusmuseum, of eigenlijk het Haags Bus Museum dat nu nog in Den Haag gevestigd is, wil verhuizen naar een nieuw te bouwen locatie in de Oude Polder van Pijnacker, tussen het opstijgpunt van de 380kV-leiding, de woonwijk Tolhek en de N470. Om de vestiging mogelijk te maken moet het bestemmingsplan worden aangepast.
NMP vindt dit een volstrekt bezopen plan, en heeft derhalve bezwaar ingediend tegen het voorontwerp bestemmingsplan. Waarom zouden we in Pijnacker groen gebied opofferen voor een activiteit met beperkte economische waarde voor de gemeente en geen enkele binding met de gemeente? Als het groene en dorpse karakter van Pijnacker-Nootdorp de basis is van ons ruimtelijk beleid (zoals o.a. vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie 2040 uit 2014), dan moet er een hele goede motivatie zijn om ruimtelijke ontwikkelingen toe te staan die afdingen op deze kernwaarden. Die motivatie is er in dit geval niet.
De locatie is om verschillende redenen niet geschikt voor vestiging van een autobusmuseum. Het gebouw leidt tot aanzienlijke horizonvervuiling, het komt buiten de rode contouren, en het leidt tot extra verkeer op weg door een woonwijk waar scholen aan gevestigd zijn.
We zijn er van op de hoogte dat het vigerende bestemmingsplan de locatie de bestemming ‘Recreatie – Natuurgebied’ (RNA) met tevens de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – schooltuinen’ heeft, maar dat over deze gronden in 2008 een wijzigingsbevoegdheid is gelegd die het mogelijk maakt ter plaatse een commercieel tennispark te realiseren. Ook zijn we ons er van bewust dat voor dit tennispark een maximum bouwhoogte van 10 meter geldt en dat daar voor het autobus niet van wordt afgeweken, en dat er in het voorontwerp bestemmingsplan voor het autobusmuseum is opgenomen dat door middel van bomen en beplanting de bebouwing landschappelijk ingepast moet worden.
De eisen met betrekking tot inpassing zijn een aardig voornemen, maar het gebouw blijft gewoon een hele grote doos die voor het aangezicht van het dorp wordt neergezet en die het nu nog redelijk open uitzicht vanuit de Groenzoom en vanuit de wijken Tolhek en Klapwijk verstoort. Met de bouw van dit museum op deze locatie worden naar onze mening dus bestaande gebiedskwaliteiten geschaad.
Tegen het besluit uit 2008 om op deze locatie buiten de rode contouren van de gemeente de vestiging van een tennispark toe te staan met een hal van maximaal 10 meter hoog, had NMP al bezwaren. Dat dat besluit nu wordt gebruikt als vrijbrief om een weliswaar niet hoger maar waarschijnlijk wel groter gebouw toe te staan, vinden we dus niet acceptabel.
Wat des te schrijnender is, is dat NMP de afgelopen jaren mee heeft mogen denken met de groene inrichting van het gebied (FES Oostland) rondom de locatie die voorzien is voor het autobusmuseum. Mede gebaseerd op onze inbreng, is voor die locatie een prima inrichtingsplan ontwikkeld en uitgevoerd. Terwijl het gebied zich ecologisch nog in de geplande richting aan het ontwikkelen is, is er recent echter een grote hoeveelheid grond op het terrein gereden. Tegen deze gang van zaken hebben wij om twee redenen bezwaren: Allereerst dat we de afgelopen jaren dus blijkbaar voor Jan-met-de-korte-achternaam meegedacht hebben met de inrichting van het gebied. Onze participatie heeft weinig zin als we wel worden geïnformeerd over mooie plannen, maar niet over ambtelijke besluiten waarmee die plannen teniet worden gedaan. En ten tweede dat dit de indruk wekt dat de gemeente er al van uit gaat dat vestiging van het autobusmuseum een gelopen race is. Dat lijkt ons zeer ondemocratisch. Des te meer omdat met het later weghalen van de grond de aangerichte schade aan de veenbodem ter plaatse niet ongedaan wordt gemaakt.
Wat betreft ons bezwaar over de verkeerseffecten: De toegang tot het museum zou via de Gantellaan in de woonwijk Tolhek gaan zijn, een weg waaraan ook twee scholen gevestigd zijn. Een vraag is hoeveel verkeer het museum gaat trekken. Als dat veel is, dan gaan de bewoners van de wijk daar hinder van ondervinden en zal de kans op ongevallen in de buurt van de scholen toenemen. Die overlast is er in ieder geval wanneer, zoals voorzien, de (oude en dus lawaaiige en vieze) bussen van het Zuid Hollands Autobus Museum ook worden ingezet om ritjes te maken. Als het museum weinig bezoekers en dus weinig verkeer trekt, dan kun je je afvragen waarom het uitgerekend in Pijnacker op die groene locatie zou moeten komen.
Tegenover al deze nadelen staan wat ons betreft geen overtuigende voordelen. De gekozen locatie is volstrekt willekeurig. Ieder industrieterrein in de omgeving van Den Haag was tenminste even geschikt geweest. Het museum heeft qua historie en onderwerp geen enkele binding met onze gemeente. Het zal nauwelijks of geen werkgelegenheid opleveren. Voor bewoners van Pijnacker heeft het geen recreatieve waarde. En door de voorgenomen locatie is het onwaarschijnlijk dat bezoekers rondom hun bezoek geld gaan uitgeven bij andere voorzieningen in Pijnacker.
Ruimtelijk gezien is het museum dus zeker geen aanvulling voor de omgeving en we verwachten dat het museum in de praktijk ook geen wezenlijke toevoeging gaat zijn aan de voorzieningen in de gemeente. NMP vindt derhalve dat voor de komst van een autobusmuseum geen baten staan die opwegen tegen de schade die wordt aangericht in de vorm van de aantasting van gebiedskwaliteiten.

Bewoners van de wijk Tolhek hebben een petitie geopend tegen de plannen van het museum. Op petities24.com kun je je bezwaren digital uiten. Doe ook mee!