Groenzoom: Maaien in broedseizoen voorkomen

Met de Groenzoom hebben Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland een schitterend nieuw natuurgebied in handen. De openheid van het veenweidelandschap zorgt er voor dat er heel veel weidevogels door aangetrokken worden, niet alleen om te foerageren, maar vooral ook om er te broeden. Ook dit jaar was dat weer duidelijk zichtbaar. Daarmee is het gebied belangrijk voor het voortbestaan van bijvoorbeeld onze nationale vogel, de grutto. Maar ook andere bedreigde soorten zoals kieviten, scholeksters, tureluurs en de kleinere weidevogels waaronder veldleeuweriken en gele kwikstaart varen er wel bij. Dat schept een verantwoordelijkheid voor de beide gemeenten. In heel Nederland gaan deze soorten achteruit en wij hebben hier de mogelijkheid in handen om daar wat aan te doen.

groenzoom (1)Van de beheerder van de Groenzoom, BTL/Punt, ontvingen wij in april de mededeling dat zij het voornemen hadden om half mei, midden in het broedseizoen, twee verschillende weidegebieden in de Groenzoom te gaan maaien. Niet omdat dat uit bedrijfsoogpunt nodig zou zijn, het is immers geen agrarisch gebied meer, maar omdat in het beheercontract opgenomen is dat voor die gedeelten natuurdoelstelling “Glanshaverhooiland” is gekozen. Om dat te bereiken zou er al half mei gemaaid moeten worden. NMP en onze zustervereniging Rotta uit Lansingerland, beide via het gebruikersplatform intensief betrokken bij de totstandkoming en het beheer van de Groenzoom, waren allebei tegen dit plan omdat in beide weidegebieden half mei veel weidevogels broedden. Maaien tijdens de broedtijd betekent altijd, ook na het nemen van voorzorgsmaatregelen, dat er nesten verloren gaan en jonge vogels omkomen, is het niet door het maaien zelf dan wel door het ontbreken van dekking en voedsel in het kale gebied dat overblijft. Voorzorgsmaatregelen, mits in voldoende aantal, hebben misschien enige invloed als er na half juni gemaaid zou worden, maar half mei is het onmogelijk om verlies van nesten en jonge vogels te voorkomen. Voorzorgsmaatregelen houden in dat aanwezige nesten gemarkeerd moeten worden en er dus naar nesten gezocht moet worden. Dat leidt onherroepelijk tot onrust. Predatoren krijgen de te volgen route naar de nesten aangewezen, ze zijn slim genoeg om ze te vinden, al was het maar door geursporen. Vervolgens moet er om de nesten heen gemaaid worden, een nieuwe aanwijzing dat er in de niet gemaaide stukjes wat te halen is. Jonge vogels die er half mei al rondlopen, zijn ten dode opgeschreven omdat dekking ontbreekt, bloemen en bijpassende insecten, voedsel voor de jonge vogels, zijn verdwenen. Bovendien zijn er nesten die niet gevonden worden, denk aan veldleeuweriken.

Onze acties hebben bestaan uit het schrijven van alarmbrieven aan de verantwoordelijke wethouders van beide betrokken gemeenten en een overleg met mensen van de organisatie die in opdracht van beide gemeenten het beheer van de Groenzoom uitvoert en ambtenaren van beide gemeenten. Voorafgaand aan dat overleg had de beheerder gelukkig al besloten om het maaien uit te stellen tot na de broedtijd. In het overleg, dat zich kenmerkte door een open en constructieve sfeer, heeft de beheerder wel nog zijn bezwaren toegelicht tegen ons verzoek om af te zien van vroeg maaien. Deze bezwaren hadden begrijpelijkerwijs te maken met de vastgelegde natuurdoelen die de beheerder contractueel verplicht is om te realiseren en de afspraak met het gebruikersplatform om het beheersplan pas na een aantal jaren ervaring te evalueren en waar nodig bij te stellen. In het vervolg van het gesprek waren alle partijen het er echter snel over eens dat het a) onduidelijk was waarom het doeltype “Glanshaverhooiland” ooit als natuurdoelstelling voor beide gebieden gekozen was en b) dat dit doeltype gegeven de ligging en bodemgesteldheid van de gebieden een dubieuze keuze is. “Glanshaverhooiland” komt voor op matigvochtige tot periodiek overstroomde uiterwaarden, op zeekleigronden en op löss of krijtafzettingen. En dus niet op veengronden. De gezamenlijke conclusie was dat het bestaande doel te veel een ‘tekentafel-idee’ is en dat er voor deze hooilanden een ander plan moet komen. Het realiseren van “Kruidenrijk grasland”, als basis voor weidevogelbeheer, zou dan een hele mooie alternatieve doelstelling zijn.

Afgesproken is om in samen te werken aan een nieuw beheerplan voor de twee deelgebieden en een voorstel daarvoor in de gebruikersgroep van de Groenzoom te bespreken. Bij dit vervolg is bestuurslid Gerard de Hoog inmiddels nauw betrokken.